FYSIOTHERAPIE BIJ BEKKENKLACHTEN
- Breed behandelgebied
- Steeds meer bekendheid
- Meten is weten
- Onderzoek en behandeling
- Functioneel trainen
De bekkenregio is voor velen onbekend terrein. Terwijl dit deel van het lichaam toch de basis is van waaruit we ons voortbewegen en voortplanten. Klachten in dit gebied kunnen dan ook ingrijpende gevolgen hebben voor het dagelijks functioneren. Functiestoornissen van de bekkenbodem, pijn en instabiliteit kunnen onder andere problemen geven met plassen, ontlasten en vrijen. Dit kan zowel bij mannen als vrouwen en bij kinderen. Als bekkenfysiotherapeut moet je met die onderwerpen wel om kunnen gaan. Je bent in een intiem gebied bezig, zeker als je invasief (inwendig) werkt. Dat maakt de gesprekken en behandelingen intensief, maar ook boeiend. De patiënten zijn bovendien heel gemotiveerd en ervaren vaak al snel verbetering. Het geeft voldoening om met relatief eenvoudige uitleg, ADL (= Activiteiten Dagelijks Leven) -adviezen en oefeningen mensen zo veel mee te kunnen geven. Mevr. B. Hylkema en Mevr. C. Haage kwamen in aanraking met bekken(bodem)problematiek toen ze cursussen zwangerschapsbegeleiding gaven. In 1997 volgden ze de Modulaire Opleiding Bekkenfysiotherapie aan de Hogeschool Brabant. Momenteel wordt deze gegeven aan de Erasmus Universiteit.
Breed behandelgebied
Mensen komen bij bekkenfysiotherapie Gooi & Eemland voor bekkenfysiotherapie. Een deel heeft bekkenpijn. Dit kan ontstaan tijdens zwangerschap of bevalling, maar ook bijvoorbeeld door een sport- of verkeersongeval. De meeste patiënten hebben echter bekkenbodemklachten.
Wat veel voorkomt is een verzakking van blaas, baarmoeder en/of darmen. Ook is er vaak sprake van incontinentie voor urine of incontinentie voor ontlasting. Maar ook andere problemen met plassen en ontlasten, zoals verhoogde aandrang of obstipatie eisen hun plek op. Vaak komt dit door een overactieve bekkenbodem.
Dat geldt ook voor seksuele problemen en pijnklachten in onderbuik en bekkenbodem. Klachten van lage rug, stuit en SI (Sacro-Iliacaal = heiligbeen/bekken) -gewricht kunnen ook samenhangen met functiestoornissen van de bekkenbodem, omdat er een anatomische relatie bestaat. Problemen met darmen, blaas of geslachtsorganen kunnen bovendien “referred pain” geven naar lage rug, heiligbeen en stuit. Dit houdt in dat deze organen hun pijn in andere delen van het lichaam kunnen weergeven dan op de plaats waar zij zich anatomisch bevinden.
Steeds meer bekendheid
De bekkenfysiotherapeut heeft overleg met huisartsen, urologen, gynaecologen, seksuologen en proctologen (endeldarmspecialisten). De bekendheid van bekkenfysiotherapie neemt toe omdat in medische vakliteratuur steeds vaker onderzoeken beschreven staan over positieve effecten van bekkenfysiotherapie. In de richtlijnen voor urologen heeft bekkenfysiotherapie inmiddels een vooraanstaande plaats verworven.
Meten is weten
Tijdens de behandeling willen we weten of er resultaat is. Meten en evalueren geeft niet alleen structuur aan de behandeling, maar maakt voor de patiënt ook duidelijk wat het doel is van de behandeling en in hoeverre dit is bereikt. Dat motiveert mensen enorm. Vroeger nam je genoegen met ”het gaat wel”. Nu kun je dat via meetinstrumenten veel meer expliciteren. Met andere woorden door de resultaten van de behandeling te vertalen in meetbare termen kun je deze voor jezelf en voor de patiënt zichtbaar maken.
Meetinstrumenten die veel gebruikt worden zijn de pijnschaal (VAS) en de ADL (Activiteiten Dagelijks Leven). In het begin noteer je welke activiteiten beperkt zijn en welke handelingen klachten uitlokken. Door dit op vaste momenten te evalueren kun je veranderingen in de tijd bijhouden. Bij incontinentie laat je daarnaast de padtest doen. Hierbij weegt de patiënt eerst het droge verband en later het natte. Het verschil geeft bij benadering de hoeveelheid verloren urine aan. Dit herhaal je dan na een aantal behandelingen. Specifiek voor de bekkenfysiotherapie is ook het maken van een EMG (electromyogram) van de bekkenbodemspieren. Dit gebeurt met een vaginaal of anaal ingebrachte elektrode. Om invasief (inwendig) te mogen onderzoeken en behandelen moet de therapeut speciaal zijn opgeleid en is toestemming nodig van patiënt en verwijzer.
Bij inwendig onderzoek wordt eerst met een vaginaal of rectaal toucher gecontroleerd of de patiënt in staat is de bekkenbodem aan te spannen en wat er gebeurt bij hoesten en persen. Je kunt bijvoorbeeld zien of iemand urine verliest of dat er een verzakking is en hoe erg. Of juist dat tijdens persen de bekkenbodem aanspant in plaats van ontspant. Tijdens het onderzoek krijgt de patiënt uitleg over plaats en functie van de bekkenbodem en leert hoe hij of zij de juiste spieren kan aanspannen, bijvoorbeeld op momenten waarop de druk in de buik verhoogd is. Vervolgens wordt er een EMG gemaakt om rusttonus, kracht, coördinatie en uithoudingsvermogen van de bekkenbodem te meten. Het EMG wordt ook als biofeedback-instrument tijdens het oefenen gebruikt. Zo kun je patiënten laten zien wanneer en in welke mate ze de bekkenbodem aanspannen en ontspannen. Eventueel in combinatie met elektrotherapie. Bij mensen met weinig spiergevoel of een verzwakte bekkenbodem kun je de bekkenbodemspieren hiermee stimuleren, in aanvulling op actieve oefentherapie. Bij patiënten met een overactieve bekkenbodem kan een sederende stroombehandeling juist helpen de bekkenbodem te leren ontspannen.
Onderzoek en behandeling
In de anamnese worden de klachten gedetailleerd uitgevraagd en zo veel mogelijk uitgedrukt in maat en getal. Daarna wordt uitleg over aandoening en behandelmogelijkheden gegeven. Tijdens de tweede behandeling volgt lichamelijk onderzoek, al dan niet invasief. De vervolgbehandelingen staan in het teken van oefentherapie, eventueel gecombineerd met biofeedbackapparatuur en/of elektrotherapie. In het begin vindt behandeling wekelijks plaats. Zo gauw het kan wordt dit afgebouwd. De duur van een behandelserie wisselt. Na een totale prostatectomie (operatieve verwijdering van de prostaat) of bij een overactieve bekkenbodem zijn vaak meer behandelingen nodig, terwijl bij stress- incontinentie soms enkele sessies met uitleg en ADL-instructies al genoeg zijn."
Functioneel trainen
Belangrijk is dat patiënten de oefeningen en instructies inpassen in hun dagelijkse activiteiten. Bij bekkenbodemproblemen krijgen patiënten ook advies over verbandmiddelen, hygiëne, voeding en vochtinname. Daarnaast worden houding, toiletgedrag en het op de juiste momenten aanspannen en ontspannen van de bekkenbodem besproken. Er wordt bijvoorbeeld geleerd om bij hoesten, opstaan, tillen en andere krachtsinspanningen niet te persen, maar de bekkenbodem aan te spannen. Bij patiënten met een overactieve bekkenbodem wordt de nadruk juist meer gelegd op het leren ontspannen van de bekkenbodem in allerlei houdingen en situaties.